De eigen leefwereld van het kind staat centraal. De woorden sluiten aan bij de
belevingswereld en woordenschat van het kind. Geadviseerd wordt om op meerdere
momenten op een dag aandacht aan het lezen besteden, met name in natuurlijke
contexten.
Het kind leert lezen om beter te leren praten; Het praten wordt gestimuleerd, waardoor ook
de zinslengte langer kan worden en ook de uitspraak worden verbeterd.
De leesactiviteiten sluiten aan bij het ontwikkelingsniveau van het kind.
Vanaf een jaar of twee kan al begonnen worden met Leespraat.
In het begin ligt het accent op foto's, plaatjes, geschreven en woordbeelden, later krijgt het
kind gesproken opdrachtjes.
De methode is gelijk een oefenprogramma.
Leespraat is altijd maatwerk. Samen met het kind wordt de inhoud en aanpak bepaald.
Enkele voorwaarden zijn:
Het kind moet kunnen luisteren naar opdrachtjes en ook kunnen reageren op korte
opdrachtjes.
Het kind staat open voor de inbreng van een volwassene.
Het kind kan matchen en kiezen; het kind kan twee kaarten met ongeveer hetzelfde woord
bij elkaar leggen en kan uit twee kaarten de juiste pakken.
Het is gemakkelijk als het kind al enkele woordjes zegt, het kan ook met gebaren.